Hoogbegaafd en Surprises: omgaan met perfectionisme, faaldruk en creatieve blokkades
Surprises als spiegel van het hoogbegaafde binnenleven
In veel gezinnen kondigt de surprise-opdracht zich aan als iets vrolijks: knutselplezier, grapjes in gedichten, vol verwachting richting 5 december. Maar bij hoogbegaafde kinderen sluipt er vaak iets anders naar binnen — een mengeling van spanning, twijfel, enorme prestatiedruk en soms zelfs tranen nog vóór de eerste schaar is gepakt.
Een moeder vertelde eens:
“Hij wist precies wat hij wilde maken. Een complete draak met vleugels, lichtjes en een bewegende staart. In zijn hoofd was het perfect. Maar zodra hij begon, blokkeerde hij totaal.”
Dat beeld is herkenbaar voor veel ouders van hoogbegaafde kinderen. De surprise opdracht legt namelijk bijzonder feilloos bloot hoe een hoogbegaafd brein werkt: snel, intens, creatief — maar ook kwetsbaar wanneer ideeën, emoties en verwachtingen in botsing komen met de realiteit.
De perfecte surprise die alleen in het hoofd bestaat
Voor veel hb-kinderen begint de surprise niet met papier-maché, maar met een compleet uitgewerkt concept. Ze zien het eindresultaat in verbluffende details: hoe het eruit moet zien, welke kleuren, welke grap erin zit, zelfs hoe de verrassing verstopt wordt. Die cognitieve vooruitloop — typisch voor hoogbegaafde denkprocessen — maakt dat het echte knutselen onmiddellijk als ontoereikend voelt.
Het perfectionisme dat Tessa Kieboom beschrijft in haar Zijnsluik, komt hier naar voren als een soort innerlijke norm die zelden expliciet wordt uitgesproken, maar wel alles bepaalt. Niet zomaar iets maken, maar het beste bedenken wat mogelijk is. En als dat niveau niet haalbaar is, voelt het alsof het project al mislukt is vóór er begonnen wordt.
Kinderen zeggen:
“Het ziet er nooit zo uit als in mijn hoofd.”
“Als het niet perfect is, lacht iedereen me uit.”
“Ik wil het goed doen, maar ik kan het niet zo goed als ik denk.”
Dit is geen dramatiek, maar een reëel psychologisch proces. Hewitt & Flett (1991) lieten zien dat perfectionisme bij kinderen niet alleen gaat over hoge eisen, maar ook over zelfkritiek en angst voor teleurstelling. Bij hoogbegaafde kinderen is deze gevoeligheid vaak extra sterk aanwezig.
Creativiteit onder druk: waarom het vastloopt wanneer het moet
Het is een grote misvatting dat hoogbegaafde kinderen “van nature creatief zijn en dus makkelijk een surprise kunnen maken”. Creativiteit werkt namelijk alleen onder bepaalde omstandigheden: er moet speelruimte zijn, autonomie, rust en tijd om ideeën te laten rijpen.
Tijdens het surpriseproject is het tegenovergestelde het geval. Er is tijdsdruk. Een verplicht format. De angst om beoordeeld te worden door de klas. En vaak ook nog de sociale verwachting dat surprises grappig, origineel, mooi én netjes moeten zijn.
Onderzoeker Mark Runco laat zien dat creativiteit direct afneemt wanneer externe druk toeneemt. Veel hb-kinderen ervaren dan geen vrijheid maar een soort intellectuele beklemming. Hun ideeënrijkdom verandert in een blokkade. Het is alsof hun creatieve vermogen niet tegen de ruis kan — en dan maar volledig uitvalt.
Als denken sneller gaat dan doen
Een ander aspect dat vaak meespeelt, is het grote verschil tussen wat hb-kinderen kunnen bedenken en wat ze motorisch of praktisch kunnen uitvoeren. Dit fenomeen, de asynchrone ontwikkeling (Silverman, 2013), maakt dat een kind van 9 misschien denkt als een 14-jarige, maar knutselt als een 7-jarige. Die discrepantie veroorzaakt frustratie, schaamte of het gevoel te falen.
Ze zien alles. Ze begrijpen alles. Maar hun handen zijn nog 9. Daar ontstaat een onzichtbare pijn: “Ik bén niet zo goed als ik dacht.” Wat ze eigenlijk bedoelen, is: “Mijn ideeën zijn te groot voor mijn lichaam.”
Prikkels die harder binnenkomen
Naast het cognitieve stuk speelt ook prikkelgevoeligheid een belangrijke rol. Volgens Dabrowski reageren veel hoogbegaafde kinderen sensorisch intenser. Een knutseltafel vol lawaai, rommel, geurtjes en plakkende materialen is voor sommige kinderen al genoeg om overprikkeld te raken nog voordat er iets gelukt is.
Als die lichamelijke onrust samengaat met mentale druk, ontstaat al snel een meltdown of terugtrekgedrag.
Wat wél helpt: begeleiding vanuit rust en menselijkheid
Een ouder vertelde dat ze de opdracht in stukjes was gaan knippen. Geen avond vol stress meer, maar twintig minuten per dag.
“Toen we de lat omlaag deden, kwam hij ineens op gang. En hij lachte weer.”
De sleutel is bijna altijd hetzelfde: het project klein houden, het proces centraal zetten en emotionele ruimte bieden. Dat betekent niet: de surprise simpeler maken. Maar: de druk eraf halen.
Het helpt enorm om kinderen te laten beginnen met een “proefversie” die expres lelijk mag zijn. Dat haalt de angel uit het perfectionisme. Ook helpt het om samen even voor te doen dat knutselen rommelig mag zijn, dat dingen mislukken en dat de grap nooit in perfectie zit maar in plezier en creativiteit.
Het verschil is voelbaar wanneer een kind ervaart dat niets hoeft te kloppen om wél goed genoeg te zijn.
Literatuurlijst
Dabrowski, K. (1972). Positive disintegration. Little, Brown & Co.
Hewitt, P. L., & Flett, G. L. (1991). Perfectionism in the self and social contexts: Conceptualization, assessment, and association with psychopathology. Journal of Personality and Social Psychology, 60(3), 456–470.
Kieboom, T. (2014). Meer dan intelligent: Kracht en kwetsbaarheid van hoogbegaafde kinderen. Lannoo.
Runco, M. A. (2014). Creativity: Theories and themes: Research, development, and practice. Elsevier.
Silverman, L. K. (2013). Giftedness 101. Springer Publishing.

