Waarom hoogbegaafden bij kerstdiners sneller overprikkeld raken door eten, sfeer en geluid
Als de wereld te veel wordt: sensorische intensiteit tijdens het kerstdiner
Er is iets aan een kerstdiner dat voor veel mensen voelt als gezelligheid: het servies dat alleen met kerst op tafel komt, het zachte geklingel van bestek, het geroezemoes van familie, het licht van kaarsen. Maar voor veel hoogbegaafde kinderen en volwassenen heeft diezelfde setting een totaal andere intensiteit.
Niet omdat ze moeilijk zijn, kieskeurig of verwend — maar omdat hun zenuwstelsel werkelijk anders werkt.
En nergens wordt dat zo zichtbaar als aan een volle kersttafel.Wanneer een geur geen geur is, maar een golf die door je heen gaat
Veel hb-profielen hebben een vorm van sensorische overgevoeligheid. Dabrowski noemde het de “sensory overexcitability”: prikkels komen niet gewoon binnen, maar dieper, breder en sneller.
Een geur van gourmetten is voor sommige kinderen geen achtergrondgeur, maar een overweldigende wolk. Een hard geluid is geen incident, maar een schok in het lichaam. Het flikkeren van kaarsen of lampjes kan als onrust voelen in de ogen. De aanraking van nette kleding voelt alsof elke vezel tegen de huid duwt.
Tijdens kerst komt alles samen: geur, licht, geluid, verwachting, eten, praten. Een perfecte cocktail voor overprikkeling.
Veel ouders herkennen het beeld:
een kind dat aan tafel nog lacht, maar langzaam verstilt.
Of een tiener die ineens geïrriteerd reageert.
Of een peuter die ineens alleen nog maar spaghetti wil en geen hap meer neemt van het “speciale kerstmenu”.
Dit zijn geen gedragsproblemen. Dit is overbelasting.
De kerstdiner-dynamiek: traag eten, lang zitten en sociale scripts
Voor hb-kinderen en -volwassenen die gevoelig zijn voor prikkels is een kerstdiner vaak moeilijk voordat het zelfs begonnen is. Kerstdiners hebben namelijk een bepaalde sociale code:
je zit lang stil
je eet in meerdere gangen
je moet proeven “uit beleefdheid”
je draagt kleding die niet lekker zit
gesprekken lopen door elkaar heen
je mag niet tussendoor naar buiten
En dan zijn er nog de blikken, verwachtingen of opmerkingen die onbedoeld hard binnenkomen.
Een simpele zin als: “Kom op, nog één hapje, het is toch gezellig?”
kan voelen als druk, terwijl het kind al op het randje zit van sensorische verzadiging.
Wanneer eten emotie wordt
Veel hb-kinderen lijken kieskeurig, maar dat is vaak geen voorkeur — het is beschermingsgedrag. Een te sterke smaak of nieuwe textuur kan voelen als een aanval op het zenuwstelsel. Soms zeggen ze: “Het smaakt te hard.” “Het beweegt raar in mijn mond.” “Het ruikt te veel.”
Voor volwassenen geldt hetzelfde, alleen verwoorden ze het anders. Ze zeggen: “Ik heb geen honger.”
“Het is me allemaal even te veel.”
Maar onder die woorden ligt dezelfde ervaring: het lichaam heeft teveel prikkels te verwerken.
De meltdown die niet uit het niets komt
Veel ouders zijn verrast wanneer hun hb-kind aan het eind van de avond boos wordt, huilt of plots wegloopt. Maar die reactie komt zelden onverwacht — ze is het resultaat van uren kleine prikkels die zich opstapelen:
het geluid in de ruimte
het wachten tussen gangen
de geur van meerdere gerechten
het dragen van kleding die jeukt
het moeten praten terwijl je wilt verwerken
het zien van alle bewegingen aan tafel
het gevoel dat je niet mag weggaan
De meltdown komt pas op het einde, maar de belasting bouwt al vanaf het begin op. En hoe gevoeliger een zenuwstelsel is, hoe sneller die emmer volloopt.
Hoe kerst zachter kan worden voor gevoelige eters en denkers
Wat hb-profielen vaak het meest helpt, is vrijheid binnen structuur. Geen rigide kerstdiner dat van minuut tot minuut vastligt, maar een vorm die past bij verschillende prikkelprofielen.
Dat kan simpel zijn:
een extra stoel waar een kind even alleen mag zitten
een korte wandeling tussen gangen door
een dekentje of zachte trui als tegenwicht voor nette kleding
een plek iets verder van de drukte
toegang tot een rustige kamer zonder schuldgevoel
één gerecht dat voorspelbaar en vertrouwd is
En soms is de grootste opluchting: toestemming om even niet mee te doen.
Een moeder vertelde: “We hadden afgesproken dat hij even een rondje door de tuin mocht lopen wanneer het teveel werd. Hij kwam steeds terug met een glimlach. Het maakte alles anders.”
Het is niet de aanpassing die het verschil maakt, maar de erkenning:
“Jouw ervaring mag er zijn.”
Literatuurlijst
Aron, E. N. (1997). The highly sensitive person. Broadway Books.
Dabrowski, K. (1972). Positive disintegration. Little, Brown & Co.
Kieboom, T. (2014). Meer dan intelligent: Kracht en kwetsbaarheid van hoogbegaafde kinderen. Lannoo.
Miller, L. J. (2006). Sensational kids: Hope and help for children with sensory processing disorder. Penguin Group.
Silverman, L. K. (2013). Giftedness 101. Springer Publishing.

